Onderzoek naar de haalbaarheid van het ontwikkelen en het gebruik van een bijkomende indicator om armoede te monitoren op Vlaams niveau

Dit onderzoek bouwt verder op de inzichten en aanbevelingen uit het VISA-rapport. CEBUD bestudeert in samenwerking met de Universiteit Antwerpen de haalbaarheid van de in het Vlaams regeerakkoord beoogde nominale armoede-indicator. De Vlaamse overheid wil zo armoede in Vlaanderen beter kunnen monitoren en de impact van het Vlaams beleid in de armoedecijfers weerspiegeld zien. Het onderzoek wordt gefinancierd door de Vlaamse Overheid, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid & Gezin.

Vijf onderzoeksvragen staan centraal in dit onderzoek.

  • Een eerste onderzoeksvraag betreft de betekenis en de definitie van de beoogde ‘nominale armoedelijn’.

  • Een tweede onderzoeksvraag gaat over de wijze waarop de sociale voordelen mee in rekening kunnen worden gebracht bij het meten van armoede.

  • De derde onderzoeksvraag betreft de wijze waarop de noodzakelijke kosten van gezinnen in rekening worden gebracht bij het bepalen van een armoede-indicator.

  • Ten vierde wordt in dit onderzoek het vraagstuk van de zogenaamde geëquivaliseerde inkomens behandeld: hoe kan men van referentiebudgetten voor een beperkt aantal typegezinnen een armoedelijn afleiden voor alle mogelijke gezinnen?

  • Tot slot is het van belang om correct in beeld te brengen op welke wijze de nieuwe indicator ook de evolutie van armoede in de tijd op een betrouwbare manier kan weergeven, met andere woorden hoe een “nominale armoedelijn” in de loop van de jaren kan worden aangepast aan de evolutie van de welvaart.

 

Het rapport met de resultaten van dit onderzoek zal in het najaar van 2022 aan de Vlaamse overheid worden overhandigd.