Referentiebudgetten voor maatschappelijke participatie

ACHTERGROND

Referentiebudgetten zijn geprijsde korven van goederen en diensten die weerspiegelen wat noodzakelijk is voor gezinnen om een bepaalde levensstandaard te bereiken. Ze geven een absoluut consumptieniveau weer en zijn tegelijkertijd relatief aan het tijdperk en de samenleving waarbinnen ze zijn geconstrueerd. In het Belgisch onderzoek wordt de levensstandaard vastgelegd op het inkomen dat minimaal nodig is om adequaat te participeren aan de samenleving. Hiervoor wordt een financiële ondergrens berekend. Deze geeft aan welke goederen en diensten gezonde, goed geïnformeerde en zelfredzame burgers zich op een bepaald tijdstip minimaal moeten kunnen veroorloven met het oog op volwaardige maatschappelijke participatie. Dergelijke ondergrens kan worden gebruikt als benchmark voor het beoordelen van individuele leefsituaties. Burgers met een minder goede gezondheid en/of beperktere individuele competenties zullen in de meeste gevallen meer nodig hebben om een menswaardig leven te kunnen leiden. Welke ondergrens voor hen geldt, is afhankelijk van hun specifieke noden en de mate waarin de samenleving erin slaagt om hieraan tegemoet te gekomen.

We werken momenteel aan een grondige update van de referentiebudgetten. Binnenkort publiceren we hierover een nieuw boek en updaten we de informatie op de website  www.menswaardiginkomen.be. De huidige inhoud van de website is bijgevolg niet volledig up-to-date.

Voor meer informatie over het onderzoek naar de referentiebudgetten kan je terecht op www.menswaardiginkomen.be

Voor het bepalen van de referentiebudgetten wordt de kostprijs berekend van korven van goederen en diensten die instaan voor de bevrediging van de universele behoeften ‘gezondheid’ en ‘autonomie’. Deze behoeften worden geconcretiseerd in de volgende intermediaire behoeften: gezonde voeding, adequate huisvesting, toegankelijke gezondheidszorg en persoonlijke verzorging, geschikte kleding, rust en ontspanning, een veilige kindertijd, veiligheid, betekenisvolle sociale relaties en mobiliteit. Experten uit deze verschillende domeinen beroepen zich zoveel als mogelijk op wetenschappelijke kennis en (inter)nationale richtlijnen om de inhoud van deze korven te concretiseren tot een geprijsde lijst van noodzakelijke goederen en diensten. Voor de domeinen waarvoor wetenschappelijke kennis of formele normen grotendeels ontbreken, wordt een beroep gedaan op burgers met een verschillende sociaaleconomische achtergrond. In focusgroepen discussiëren zij over de belangrijkste functies die moeten gerealiseerd zijn met het oog op het bevredigen van de bovengenoemde intermediaire behoeften. Zij bespreken tevens de kenmerken van de goederen diensten die minimaal nodig zijn om deze functies adequaat te kunnen invullen. Ten slotte zijn ook de aanvaardbaarheid, haalbaarheid en volledigheid van de door experts voorgestelde korven onderwerp van discussie in de focusgroepen.

In vergelijking met de relatieve armoederisicodrempel hebben referentiebudgetten het voordeel dat ze, gestoeld op een theoretisch kader over maatschappelijke participatie en menselijke behoeften, op empirische wijze proberen te bepalen wat de noodzakelijke uitgaven, en bijhorende minimale kosten zijn om adequaat aan de samenleving te kunnen participeren. Omwille van hun normatieve interpretatie zijn ze goed geschikt voor de evaluatie van de doeltreffendheid van de minimuminkomens. Ze kunnen beleidsvoerders inspireren tot maatregelen die resulteren in het verbeteren van de leefsituaties van gezinnen. Het gaat hierbij zowel om maatregelen die zich richten op het verlagen van noodzakelijke kosten, bijvoorbeeld door het toegankelijk en betaalbaar maken van noodzakelijke goederen en diensten, alsook om maatregelen die zich richten op het verhogen van het gezinsinkomen (verhogen van minimumuitkeringen en minimumlonen, uitputten van rechten, activering naar werk) en maatregelen die een versterking van individuele competenties beogen.