Proactieve opsporing en toekenning van het recht op de Verhoogde Tegemoetkoming voor gezondheidszorg (VT)

In het najaar 2019 gaf CM regio Antwerpen-Mechelen-Turnhout de opdracht tot het opzetten van de pilootinterventie 'Proactieve Verhoogde Tegemoetkoming' (verder VT). VT zorgt ervoor dat gezondheidsuitgaven beperkt worden voor wie een laag inkomen heeft of voldoet aan bepaalde voorwaarden. Dit recht wordt niet altijd automatisch toegekend aan de rechthebbenden. Daardoor zijn er heel wat burgers die nog geen gebruikmaken van de voordelen van de VT. Met deze studie wilde CM nagaan of ze ervoor konden zorgen dat wie voldoet aan de voorwaarden voor de Verhoogde Tegemoetkoming het recht ook echt kan doen gelden.

Download hier de infographic met de resultaten van dit project. 

Werkwijze CM vóór de pilootinterventie

​Om het recht op VT maximaal uit te putten, nemen CM-medewerkers uit eigen initiatief contact op met hun leden. Dit deden ze

  • bij gezinnen waarvan ze vermoeden dat hun gezinsinkomen daalde door een gewijzigd sociaal zekerheidsstatuut van een van de gezinsleden.

  • bij specifieke groepen waarvan CM vermoedt dat ze omwille van hun beperkte inkomen kwetsbaar zijn, zoals langdurig werklozen en eenoudergezinnen.

Op basis van deze indicatoren worden de leden uit hun databanken geselecteerd en worden de brieven verstuurd. Met deze brief worden de leden geïnformeerd over de verhoogde tegemoetkoming en bijhorende voordelen, en worden ze uitgenodigd om een inkomenscheck te doen of hiervoor langs te komen op kantoor na afspraak. Elk kwartaal krijgen alle ‘nieuwe’ mogelijke rechthebbenden zo'n brief. Telkens biedt daarop een beperkte groep leden zich aan om dit recht te laten onderzoeken.

Werkwijze tijdens de pilootinterventie

In het kader van dit project werd deze brief opgevolgd door een telefonisch contact. Van dit extra communicatiemoment werd verwacht dat het kon helpen om tot een verhoogde opname van het recht VT te komen bij specifieke, kwetsbare groepen. Onderzoek stelde al eerder vast dat brieven niet altijd geopend worden, dat niet iedereen even geletterd of taalvaardig is en dat er vaak een kloof gaapt tussen het voornemen om werk te maken van het bijhorende inkomensonderzoek en het daadwerkelijk maken van een afspraak om dat te doen.

In deze beperkte pilootstudie werd daarom onderzocht in welke mate het telefonisch opvolgen van mogelijk rechthebbenden die al een brief ontvingen, leidt tot een verhoging van het aantal toegekende rechten VT. Daarnaast was het relevant om te bekijken of specifieke doelgroepen meer of minder gebaat zijn bij een dergelijke telefonische opvolging.

Het versturen van de brieven op basis van indicatoren in de CM-gegevensbanken zorgt ervoor dat ongeveer 10% van de mogelijk rechthebbenden uiteindelijk het recht op VT aanvraagt én verkrijgt. Dit zien we zowel in de controlegroep als in de experimentele groep. Op basis van de bijkomende screening en telefonische opvolging wordt een kleine maar beperkte groep van ongeveer 4% bijkomend aan het recht op VT geholpen. Dit is weliswaar een beperkt maar toch significant effect van de telefonische opvolging. De uiteindelijke aantallen zijn te beperkt om dit in analyses hard te maken, maar het lijken vooral langdurig werklozen en eenoudergezinnen te zijn die baat hebben bij deze telefonische opvolging.

Wie werd er gebeld?

De brief die CM verstuurt naar leden op basis van bepaalde indicatoren valt te zien als een breed net dat wordt uitgeworpen. In realiteit komt die brief ook terecht bij heel wat huishoudens die niet in aanmerking komen voor het recht VT. In een eerste fase van het screeningsproces voor de telefonische contactname worden de leden waarvoor reeds VT is toegekend of al een afspraak werd gemaakt uit de lijst van op te bellen leden gefilterd. In de tweede fase worden de gezinssituatie, het inkomen en andere factoren in de eigen CM-data bekeken. Als daaruit bleek dat het lid niet in aanmerking komt voor het recht VT, werd het lid niet opgebeld. Voor het geheel van het veldexperiment leidde dat tot een aanzienlijke groep die werd gemarkeerd als ‘niet in aanmerking komend’. Vervolgens blijkt dat voor bijna twee op drie van de gebelde personen het inkomen te hoog is om recht te hebben op VT. Indien de meesten hiervan tijdens de voorbereidingsfase van de telefonische contactnames al geïdentificeerd kunnen worden, betekent dit dat voor ongeveer een derde van de leden die een brief ontvingen de telefonische opvolging zinvol zou kunnen zijn.