Menswaardig leven met een minimuminkomen?

Op 10 december 2019 is het 71 jaar geleden dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens door de Verenigde Naties werd ondertekend. Artikel 25 benoemt expliciet het recht op een adequate levensstandaard voor iedereen. Hoewel de economische en sociale rechten in 1994 in de Belgische Grondwet werden opgenomen, stellen we anno 2019 vast dat de minimuminkomens van ons land er niet in slagen die adequate levensstandaard te waarborgen.

Het dossier 'Menswaardig leven met een minimuminkomen?' bevat een vergelijking van de hoogte van de referentiebudgetten met de hoogte van de minimuminkomens van dit land (minimumloon, minimumwerkloosheidsuitkering, leefloon en inkomensgarantie voor ouderen).

Al in 2008 ontwikkelde CEBUD referentiebudgetten die invulling geven aan het concept adequate levensstandaard. Deze referentiebudgetten weerspiegelen het minimale budget dat gezinnen nodig hebben om een menswaardig leven te leiden. CEBUD spreekt van een menswaardig leven wanneer individuen kunnen deelnemen aan de samenleving en aan die samenleving een bijdrage kunnen leveren.

 

Volwaardige maatschappelijke participatie is slechts mogelijk als je mentaal en fysiek gezond bent en bekwaam bent om autonoom te handelen, verantwoordelijkheid op te nemen en keuzes te maken. Daarvoor heb je gezonde voeding, adequate huisvesting, toegankelijke gezondheidszorg en persoonlijke verzorging nodig, evenals geschikte kleding, rust en ontspanning, een veilige kindertijd, veiligheid, betekenisvolle sociale relaties en mobiliteit.

 

De referentiebudgetten lijsten de producten en diensten op, die daarvoor minimaal nodig zijn. Ze geven een goede schatting van het minimale budget dat huishoudens nodig hebben om deel te nemen en bij te dragen aan de maatschappij.

De vergelijking van de hoogte van de referentiebudgetten voor enkele typegezinnen met de hoogte van de besteedbare minimuminkomens toont aan dat het minimumloon, de werkloosheidsuitkering, het leefloon en de inkomensgarantie voor ouderen zelden volstaan om een menswaardig leven te leiden. Slechts in vier situaties is het reële inkomen hoger dan het budget dat nodig is om een menswaardig leven te leiden. Dat geldt met name voor het minimumloon voor een alleenstaande (zowel in private als sociale woning), de minimumwerkloosheidsuitkering voor een alleenstaande die een sociale woning huurt, en het minimumloon voor een alleenstaande ouder met twee kinderen die een sociale woning huurt. In alle andere situaties ligt het reële inkomen lager dan het benodigde budget om een menswaardig leven te leiden.

 

Drie belangrijke vaststellingen:

 

  • Er is een diepe kloof tussen huishoudens in private huisvesting en deze in sociale huisvesting. Wie een sociale woning kan huren, voelt een kleiner verschil tussen het nettogezinsinkomen en het referentiebudget dan wie een private woning huurt . De hoge woonkosten duwen heel wat gezinnen in armoede.

 

  • Gezinnen met kinderen in het middelbaar onderwijs staan sterker onder druk dan andere gezinstypes. De kinderbijslag en schooltoelage volstaan niet om de sterk stijgende kosten voor opgroeiende kinderen te dekken.

 

  • Koppels ervaren meestal een groter tekort ten aanzien van het menswaardige referentiebudget dan alleenstaanden. De minimuminkomens houden namelijk onvoldoende rekening met de aanwezigheid van een tweede volwassene in het gezin.

referentiebudgetten; CEBUD; menswaardig leven; human rights; maatschappelijke participatie