Financieel risicogedrag bij jongeren

Uit de statistieken van de Nationale Bank van België blijkt dat een groeiende groep jongvolwassenen wordt geconfronteerd met financiële moeilijkheden. Deze groep maakt bijna 8% uit van de mensen met geregistreerde betalingsachterstanden voor consumentenkredieten (Statistieken Centrale voor kredieten aan particulieren, 2013). De manier waarop jongvolwassenen met geld omgaan, hun bestedingspatronen, kennis en vaardigheden om passende economische beslissingen te nemen heeft echter zijn wortels in de voorgaande levensfase(n). Daarom wordt in dit PWO-onderzoek het financieel (risico)gedrag van adolescenten in kaart gebracht zodat in de toekomst hier beter op ingespeeld kan worden wat aanpak en preventie betreft.

 

Onderzoek

Om het financieel gedrag van jongeren in kaart te brengen bevroeg CEBUD 2447 leerlingen uit de derde graad van het secundair onderwijs. De bevraging vond plaats in 63 Vlaamse scholen. Leerlingen uit aso, tso, bso, buso e.a. kregen in de periode mei 2013-januari 2014 een vragenlijst voorgelegd. In een bijkomende kwalitatieve studie werd gepeild naar alternatieve methodes om jongeren te sensibiliseren op het vlak van verantwoord financieel gedrag.

 

Resultaten

Jongeren hebben heel wat geld te besteden (gemiddeld 2394 euro per jaar) en geven dit voornamelijk uit aan ‘leuke’ uitgaven zoals uitgaan, snoep en snacks of games. 12% van de ondervraagde jongeren vertoont een consistent patroon van financieel risicogedrag: geld lenen, spelen voor geld, weddenschappen, geld uitgeven dat er eigenlijk niet is, … Ongeveer 10% van de jongeren heeft op dit moment schulden. 2% van alle jongeren heeft moeite om geleend geld terug te betalen. Het uitgaansgedrag en de financiële draagkracht van het gezin zijn belangrijke determinanten voor financieel risicogedrag van jongeren. Financieel risicogedrag dat langdurig of frequent voor komt, kan leiden tot financiële moeilijkheden.

 

Jongeren hebben een beperkte kennis van abstracte financiële begrippen en concepten. Zij schatten hun eigen financiële vaardigheden desondanks vrij hoog in. Zij vinden zichzelf vooral sterk in het weerstaan aan verleidingen en in het stellen van prioriteiten, terwijl ze minder sterk zijn in administratieve vaardigheden en overzicht houden. Betere financiële kennis en vaardigheden beschermen jongeren tegen risicogedrag. De (financiële) opvoeding die ze thuis krijgen, speelt daarbij een grote rol. Jongeren de verantwoordelijkheid geven over een aantal uitgavenposten, zoals kleding, verschaft hen leerkansen. In het gezin moeten ook duidelijke afspraken gemaakt worden over de manier waarop de kinderen hun eigen gelden kunnen besteden.

 

Zelf geld verdienen draagt bij tot het versterken van een aantal financiële vaardigheden, en doet jongeren naar eigen zeggen beter nadenken over hun uitgaven. Het is pas als jongeren zich bewust zijn van de risico’s die ondoordacht geld uitgeven met zich meebrengen dat ze tot een daadwerkelijke financiële gedragsverandering komen.

 

Jongeren hebben behoefte aan toegankelijke, gekende, objectieve en betrouwbare informatiekanalen om hun financiële kennis te vergroten. En werken aan bewustwording vereist ‘maatwerk’. Hen confronteren met getuigenissen van jongvolwassenen met financiële moeilijkheden, hen ‘verplichten’ tot het bijhouden van de eigen uitgaven of hen vragen een tijdje rond te komen met een beperkt budget, … Het is maar een greep uit de suggesties die vooral leerkrachten kunnen gebruiken om jongeren bewust te maken van de risico’s. Zelf geven jongeren aan dat ze weinig zicht hebben op de kosten van een zelfstandig leven en willen ze dat er meer aandacht wordt besteed aan het versterken van vaardigheden die te maken hebben met budgetteren, sparen, rondkomen en omgaan met reclame en allerhande verleidingen. Ze zien dat het liefst gebeuren via interactieve werkvormen en inhouden, die zoveel mogelijk vertrekken van realistische contexten (bv. budgetteren bij het organiseren van een klas/schoolevenement) en spelelementen bevatten.

 

Vorming, bewustmaking en preventie kunnen veel onheil voorkomen. CEBUD pleit dan ook een voor een ondersteunend programma of instrumenten voor ouders met concrete handvaten om zelf de financiële opvoeding van hun kinderen te versterken. Ook het onderwijs kan zijn steentje bijdragen. Doorheen de hele schoolloopbaan zou er voldoende aandacht moeten worden besteed aan het versterken of aanleren van financiële competenties, die aansluiten bij de leefwereld van de jongeren.

​