Wat heeft een gezin minimaal nodig? 

Het onderzoek naar de Vlaamse referentiebudgetten startte in 2006 toen een groep Kempense en Limburgse OCMW’s aanklopte bij Thomas More met de vraag om een onderzoek uit te voeren naar het inkomen dat een gezin minimaal nodig heeft om rond te komen. De OCMW’s gaven aan nood te hebben aan een richtnorm voor het beoordelen van leefsituaties in functie van de menselijke waardigheid. Uit een eigen bevraging hierover kwamen immers grote verschillen aan het licht.

 

Drie jaar lang werkte een multidisciplinair team van onderzoekers aan de hogeschool en andere wetenschappelijke experts aan de ontwikkeling van Vlaamse referentiebudgetten (Storms & Van den Bosch, 2009). Na de Vlaamse kwamen de Belgische referentiebudgetten (Van Thielen et al., 2010) en nog wat later werd in het Waals parlement een ‘peer review’ georganiseerd door de Europese Commissie over referentiebudgetten als instrument om de minimuminkomensbescherming in Europa mee vorm te geven (Storms, 2010). 

 

Vervolgens werd de Belgische aanpak uitgebreid tot Europa en werden met financiering uit het Europese zevende Kaderprogramma crossnationaal vergelijkbare referentiebudgetten ontwikkeld voor zes Europese landen (Goedemé, Storms, Stockman, Penne, & Van den Bosch, 2015). Tot slot financierde de Europese Commissie in 2014-2015 een project waarin onderzoeksteams en belanghebbenden uit alle lidstaten hebben meegewerkt aan het uitwerken van een gemeenschappelijke methodologie om crossnationaal vergelijkbare budgetten te ontwikkelen voor Europa (Goedemé, Storms, Penne, & Van den Bosch, 2015; Storms, Stockman, Penne, Van den Bosch, & Goedemé, 2014). De commissie wil hiermee de lidstaten ondersteunen in hun beleid rond een adequate inkomensbescherming.